Visualisatie voor het opsporen van vorige levens  
 

 

Ontspan je op een manier die jezelf gewend bent. Terwijl je jezelf ontspant zoek je in gedachten een plaats ergens buiten ,waar je volkomen ongestoord kan liggen. Het kan een plek in je tuin zijn, een plek die je kent van je vakantie, het kan ook een gefantaseerde plek zijn. Stel je zelf voor dat je daar nu hetzelfde ligt, als op de plaats waar je je bevind. Je voelt je hier liggen en tegelijk zie je je daar liggen. Vind die plek, en zorg ervoor dat het een plek is die niet te koud is.  

Steeds meer voel je jezelf ontspannen, je ziet het landschap om je heen, je voelt je er goed en je voelt je steeds meer jezelf worden. Je bent ontspannen op jou plek. Er staat misschien een zachte wind die je langs je heen voelt gaan, het is er stil maar in de verte hoor je geluiden die steeds dichterbij komen, het ruisen van de bomen, een vogel. Hoe meer je die geluiden hoort, hoe meer je merkt hoe stil het eigenlijk is. Je ziet de lucht boven je, je voelt de ruimte van de hemel boven je en dat doet prettig aan. Je voelt je steeds meer ontspannen worden totdat je inslaapt. Je slaapt in en alles valt van je af. 

Het eerste wat je nu opmerkt is dat als je slaapt, dat je in de lucht zweeft, even boven je lichaam, helemaal ontspannen. Je voelt je zo licht worden dat je vanzelf wat verder naar boven gaat, en terwijl je naar boven gaat draai je je nog even om, en zie je je lichaam daar liggen op die plek, ontspannen en ongestoord.  

Nu voel je de ruimte om je heen, je voelt de onbegrensde ruimte en je voelt je steeds vrijer worden, en steeds lichter. Een terwijl je je vrijer en lichter voelt worden ga je hoger en hoger, steeds vrijer, en steeds lichter. Je wordt steeds meer jezelf.

Alles wat niet bij je hoort valt van je af, en je voelt hoe de ruimte waain je je bevind hierdoor uitbreid. Je kan en mag zo hoog gaan als jezelf wilt, en waar jij je prettig bij voelt. De wereld is nu diep onder je, en nog steeds ga je hoger totdat je zover boven de wereld bent dat je het gevoel hebt compleet vrij te zijn. Een hoogte waarin je compleet licht bent, waarin je helemaal jezelf bent, compleet ruim, licht en vrij. Je ziet de wereld onder je en kijkt om je heen en je merkt hoe rustig en ruim je jezelf voelt.

Dan merk je dat je nieuwsgierig wordt naar jezelf en wat er om je heen is en langzaam begin je weer af te dalen, je voelt de spanning toenemen in je lichaam, langzaam zak je door het wolkendek en begint een landschap te ontdekken, het eerste wat je opvalt is dat deze er anders uitziet dan het landschap dat je achter je hebt gelaten. Steeds verder kom je dichterbij totdat je voeten de grond raken. Je ziet dat je voor een ingang staat van je eigen tuin. Hoe ziet de ingang eruit. Is het een hek, of een poort, is het open of gesloten. Wat is je gevoel erbij, voel je opgewonden, voel je je angstig. Neemt de angst toe, zeg dan dat je ermee wilt stoppen en op een later tijdstip terug zal keren, als je er aan toe bent. Laat jezelf dan weer opstijgen naar boven en breng jezelf terug naar de plaats waar jij je lichaam hebt achtergelaten.

Als je wel door de ingang kan komen, werp je eerst een blik in de tuin. Wat is de eerste indruk die je krijgt, wat voor soort tuin is het. Je kijkt naar links en naar rechts en ziet de afscheidingen van de tuin, Hoe zien deze eruit, zijn het stevige hekken, een muur, of een haag. <br><br>Kijk naar wat deze begrenzingen voor je betekenen, kan je er door heen komen. Zo niet keer dan terug en probeer het op een ander tijdstip opnieuw. Als je wel de grens kan doorbreken stap je in je werkelijke tuin. Je loopt op een pad wat je naar het midden van de tuin brengt, kijk om je heen, wat groeit er aan de zijkant van het pad, welke dieren zijn er in de tuin, let op de kleuren. Ineens zie je een grote boom staan. Hoe voel je je bij die boom, leg je handen op de boom en voel de levensenergie van de boom, voel het door je handen heen je lichaam in vloeien. Kijk dan omhoog langs ded stam zodat je het leven van de boom ziet en voelt. Wat betekent deze boom voor je, hoe voelt hij aan. Je legt nog even je hand tegen de stam, neemt afscheid en loopt weer naar het pad. <br><br> 

Je loopt het laatste stukje tot precies het midden van de tuin, daar aangekomen zie je een bassin met water, met in het midden een fonteintje. Je hoort het water stromen, je komt dichterbij en steekt je handen in het water. Je drinkt wat water. Hoe voelt het water aan, is het lauw of koud, hoe smaakt het water. Je proeft nu het water van je eigen bassin in je eigen tuin. Let steeds op het gevoel wat het je geeft. Nu je gedronken hebt krijg je de behoeften om het water in te gaan. Je doet je kleren uit, en langzaam stap je het bassin in. Voel hoe het water om je benen komt, om je knieën. Laat je er steeds verder in zakken, of loop er verder in door.

Het komt nu tot boven je knieën , je voelt het bij je romp, komen en nu voel je het bij je middel en nu zak je helemaal het water in. Alleen je hoofd is nog boven water. Nu laat je je helemaal erin zakken zodat ook je hoofd onder water is. Het water blijkt dieper dan je had gedacht. Als je op de bodem bent gekomen kijk je omhoog en je ziet een licht aan de oppervlakte. Je zwemt dan verder over de bodem voorbij het midden van de bassin. Als je aan de andere kant van het bassin bent gekomen, kijk je weer omhoog en terwijl je omhoog kijkt merk je dat je weer naar omhooggaat, je komt uit het water, je komt in een keer uit het water.  

Een terwijl je er uit komt, voel je dat je een ander lichaam hebt. Verrassend maar ook heel vertrouwd. Je komt druipend en kletsnat uit het water, uit het bassin in een ander lichaam. Voel hoe dat lichaam voelt. Loop de kant op. Kijk ernaar. Ben je een man, een vrouw of een kind. Is je lichaam groot of klein, slank of stevig. Wat voor leeftijd heb je ongeveer. En terijl je je uitslaat en het water van je afdrupt kijk je voor je. Er ligt een handdoek en daarnaast liggen wat andere kleren voor je klaar. Je droogt je af en trekt deze kleren aan. Hoe voel je je nu, wat voor kleren doe je aan, wat zet je misschien op. Je voelt en ziet jezelf nu in en ander lichaam en in andere kleding. En je ziet jezelf nu het pad ompgaan. Misschien is er iemand die op je wacht. Iemand die bij dit leven hoort. Wat voor iemand is shet dan. Hoe ziet de persoon eruit. Wat voor rol heeft die persoon. Wat voelt die person voor jou en jij van die persoon.  

Je gaat verder over een smalle heuvelrug en je bent met die persoon in een belangrijke situatie. Je bent ineens in ene belangrijke situatie in dat leven. Zie m je heen en kijk waarom dat belangrijk voor je is. Wat doe je, wat zie je, wat voel je. Wat denk je erbij, wat voor geluiden kan je horen. Laat de indrukken van die situatie op je afkomen. Begrijp wat daar gebeurt, begrijp waarom dit belangrijk voor je is. Je ziet nu een bepaald detail van de situatie, een detail wat je nooit eerder was opgevallen en dat detail is belangrijk voor je. Waar wordt je aandacht nu hengetrokken. Nu laat je ded situatie los, je laat de situatie los en je gaat naar een andere situatie in dat leven. In hetzelfde lichaam. Een situatie die je duidelijk maakt wat voor soort leven je daar geleeft hebt. Wat doe je er, wat wordt er van je verwacht, wat voor rol vervul je daar. Kijk wat je doet, wat er gebeurd. Als er andere mensen zijn hoe reageren ze op jou? Hoe reageer jij op hun. Waarom reageren ze op je. Wat vinden ze van jou. Hoe voelt het om daar zo te leven. Het geeft je een goede indruk van hoe jezelf toen was.  

Laat ook dit los en kijk of je voelt of er nog meer indrukken uit dat leven zijn die zich willen laten zien. Ga er steeds op dezelfde manier mee om als bij de eerst indruk. Waar ben je, wie zijn er nog meer, wat doe je, wat voel je en wat denk je, laat dan ook deze situatie los. Ga zo verder totdat er geen drang meer bestaat om nog een situatie te beleven. Hierna ga je naar een situatie waarin je een belangrijke beslissing in dat leven hebt moeten nemen. Waar ben je nu als je die beslissing neemt, Waar gaat die beslissing over, hoe vind je het om die beslissing te nemen, ben je alleen of is er iemand die er invloed op uitoefent. Als het moment van die beslissing duidelijk voor je is, zie je meteen wat het gevolg van die beslissing is geweest..

Wat voor gevolg zie je nu, hoe vind je het gevolg. Laat het op je inwerken zodat je begrijpt wat het voornaamste gevolg van je beslissing is geweest en wat je daarvan vind.  

Ten slotte ga je naar je moment van je sterven. Daar kom je nu aan. Je bent nu in de sitautie waarin je gaat sterven. Waar ben je en wat gebeurd er?? Wat is de doodsoorzaak. Je ziet en voelt en begrijpt precies heel duidelijk waardoor je bent overleden. Je begrijpt waarom je nu gaat sterven. Ben je alleen of zijn er mensen om je heen, Hebben ze aandacht voor jou sterven, of worden er uitspraken gemakt hoe men jou vind. Ben je omringt door vijanden, wat gaat er door je heen op het moment van je sterven, laat je laatste gedachtes en gevoelens omhoogkomen. Dan ga je naar het stervensmoment zelf, het moment waarop je je lichaam verlaat. Wat is dan het eerste wat je opmerkt, het eerste wat je ervaart. Er komt een verandering in de situatie, je gaat nu iets anders zien of ervaren. Wat verandert er voor je. Als je dit gezien en gevoelt heb ga je weer verder, je gaat naar een plaats van overzicht, je gaat nu zoveel verder en hoger, verder en hoger tot je op een plaats komt waar je overzicht hebt op het leven wat je net geleefd heb.

Je komt nu op die plaats aan. Ben je daar alleen of zijn er anderen, hoe voel je je op de plaats van overzicht. Nu kijk je op het leven terug en je overziet het hele leven en er komt ineens in je op wat het belangrijkste doel was in dat leven. In enkele woorden komt dat bij je op, en je vraagt je af in hoeverre je dat doel bereikt hebt. Het wordt meteen glashelder in je in hoeverre je dat doel bereikt hebt, en in hoeverre je tevreden kan zijn. En als je je doel niet helemaal bereikt hebt, wordt je duidelijk hoe dat gekomen is, Je beseft nu de voornaamste reden waarom je doel misschien niet helemaal bereikt hebt. Wat was die reden.

Nu is het net of je helemaal naar de andere kant van dezelfde plaats gaat, je kijkt ded hele andere kant op en denkt aan het leven wat je Hier en Nu leeft, en plotseling zie je het verband tussen deze 2 levens. Je ziet het voornaamste verband tussen het leven toen en het leven nu. Je ziet en begrijpt het verband. En als er in dat leven iemand was die je kende, die je nu in dit leven ook kent dan zie je ook ineens dat verband. Je beseft ineens wie het toen was, en wie het nu is.  

Als je dat allemaal gezien hebt, sta je ineens weer in je tuin, voor het bassin. Je doet je kleren uit en stapt weer langzaam het water in, op dezelfde manier waarop je eerder het water bent ingegaan. Het water komt weer helemaal om je heen, totdat alleen weer je hoofd boven water uitsteekt. Je gaat weer kopje onder en je duikt weer naar de bodem. En als je op de bodem bent en je kijkt omhoog zie je de lucht door het water schijnen. Nu stijg je op uit het water zonder lichaam , je gaat heel hoog boven de wereld, steeds hoger en hoger, totdat je weer op de plek komt waar je begonnen bent. Op die hoge plek waar je weer helemaal ruim en vrij bent, de plek waar je helemaal jezelf bent.. Als je daar bent aangekomen, denk dan aan het slapende lichaam wat je hebt achtergelaten. Je begint nu steeds verder te dalen, te dalen naar het lichaam dat je hebt achtergelaten. Steeds verder daal je en de wereld komt steeds dichterbij. Je gaat steeds meer onderscheiden totdat je als een puntje de plek ziet waar jij ligt

Het komt steeds dichterbij, en je ziet een figuurtje liggen wat je nog niet herkend. Je komt steeds dichterbij en uiteindelijk ben je zo laag gekomen dat je jezelf ziet liggen. Nu ga je heel rustig omlaag en vlak boven je eigen lichaam stop je even, en dan is het of je je armen uitrekt en je je eigen lichaam aanraakt. Waar raak je het lichaam aan? Op het moment dat je het lichaam aanraakt zeg je iets tegen jezelf, je zegt iets tegen het lichaam, hoor wat je tegen je lichaam zegt. En als je het gezegd heb ga je je lichaam binnen en merk je dat je daar weer ligt.

Je voelt jezelf weer liggen en je neemt weer bezit van je lichaam. Je voelt weer voorzichtig je lichaam , voel jezelf er weer liggen, en langzaam keer je terug naar het hier en nu. Je neemt de tijd die je er voor nodig hebt, op je eigen manier en op je eigen tempo.

En met alles wat je mee wilt nemen. Alles wat je gezien hebt , blijft duidelijk herkenbaar voor je, maar je keert terug naar het hier en nu  

Gerda