![]()
|
Het land van de taken en de plichten
Sinds het meisje haar nieuwe wereld aan het onderzoeken was, Begon ze ook te zien, hoe erg de mensen om haar heen gebukt gingen onder allerlei taken en plichten. Ook bemerkte ze dat men deze aan haar probeerde op te leggen. Ze zag hoe kinderen, van speelsheid, getraind werden om deze te onderdrukken, en niet langer meer mochten genieten van wat ze zelf voelde, maar men leerde dat men eerst, moest leren uit boeken en doen wat de ouderen zeiden, voordat als beloning het eigen spel gespeeld mocht worden, en zelf dat werd begrenst. Ze zag hoe ouderen de kinderen leerde hoe men zichzelf weg moest cijferen, en de wensen van de ouderen opgelegd kregen om die tot uitvoer te brengen. Gingen de kinderen eerst gebukt onder al de lessen die ze te leren kregen, later werd de last nog zwaarder door al het werk wat ze moesten verrichten, en waren ze vergeten hoe men nog moest spelen. En zo leerde deze kinderen zich steeds verder van zichzelf en het lichtje in zichzelf te verwijderen. Echter enkele kinderen bleven zich tegen de ouderen verzetten, zo ook het meisje. Zelfs de zwaarste straffen werden omgezet in een spel. Soms werd ze wel in verwarring gebracht door mensen die met mooie woorden haar vertelde dat alles gebeurde voor haar en anderen hun welzijn, en dat het hun taak was, zodat het meisje haar licht zou laten schijnen. Echter als het meisje naar de personen keek, zag ze hoe wanhopig de personen zelf het licht in zich gedoofd hielden. Op een dag, was het meisje zo moe, dat ze besloot het bos in te gaan, en zich daar te verbinden met de wezens die er woonden, en waarvan het licht zo zuiver was als haar eigen licht. Eindelijk voelde ze weer de energie door haar lichaam gaan, nu ze weer contact had met wezens die geen zware jas om zich heen hielden om hun lichtje te verbergen. , En daardoor het licht van anderen probeerde toe te eigenen. Toen ze halverwege het bos kwam, zag ze een oude man zitten. Rond hem hadden zich allerlei wezens uit het bos zich verzameld, en langzaam liep het meisje op de groep af. Ze luisterde naar de verhalen van de man, en de vragen die gesteld werden. Vele vragen die gingen over de mensen die net als zij waren. Toen keek de man haar kant uit, en vroeg haar of zij een vraag had. Ze keek de man diep in zijn ogen, en voelde dat deze man heel anders was, dan al de wezens die ze ooit in haar wereld had ontmoet. Ze vroeg hem wie hij was, en hij antwoorden, ik ben je ware vader, de vader van alle wezens op deze planeet. Even viel het meisje stil, maar dan vroeg ze hem, maar als U onze Vader bent, waarom hebben we dan zoveel taken, en zoveel verplichtingen. Waarom is het ene wezen belangrijker dan de anderen en zegt het in U naam te handelen, terwijl het eigenlijk probeert het lichtje in de ander te stelen of te verduisteren. De man begon te schaterlachen, en vroeg het meisje bij hem te gaan zitten. En vroeg haar om zich heen te kijken, naar al de wezens die er waren. Zie je een wezen die gebukt gaat onder een taak of plicht vroeg hij haar. Het meisje keek om haar heen, en zag hoe de wezens uit het bos spelenderwijs met elkaar dingen tot stand brachten. Ze zag hoe ze er van genoten, hoeveel plezier ze hadden in het spel wat ze speelden, en ze voelde haar hart overlopen van liefde. Toen keek ze weer naar de man die zich haar vader noemde, en vroeg hem, waarom kunnen deze wezens dit wel, en spelen wij mensen niet op deze manier? De man vertelde het meisje dat ook de mens toen het pas op deze wereld kwam, het spel speelde net als de wezens die ze nu zag, een spel van samenwerking, plezier en liefde met al de wezens op de planeet. Echter werd er toen een nieuw spel verzonnen, het spel van verdeeldheid, van afzondering, en vergeetzaamheid Men begon alle vormen namen te geven, hierna begon men aan al de namen waardes te geven, en kregen de vormen een taak. En daar men in de loop der eeuwen niet meer wist wie het spel was begonnen, vertelde men dat het de Vader was, die dat had gedaan, en dat een ieder verplicht was in zijn spel mee te spelen. Ieder wezen begon de vormen te benoemen zoals hij of zij het zag, ieder wezen begon er ook waardes aan te geven, hoog – laag, positief – negatief, alles werd verdeeld. Eeuwenlang werd dit spel gespeeld, en men vergat dat het een spel was, maar begon het als werkelijkheid te beschouwen. Een werkelijkheid waarin het eigen licht steeds verder werd verdrongen, en het spel werd gezien als een taak en verplichting. Het meisje vroeg de vader, wat men kon doen om nu dit spel te stoppen. De vader vertelde haar, zoals een ieder toen begonnen is alles een naam te geven, en een waarde, zal men ieder deel daarvan gaan herinneren als onderdeel van het spel. Niet langer zal iets als verplichting of taak worden ervaren, maar zal elke taak en verplichting spelenderwijs worden uitgevoerd, en worden ervaren als een onderdeel van het spel om het eigen licht weer te laten schijnen. Alles wat wordt waargenomen in het spel, zal alleen dat zijn waarmee men het eigen licht blijft verbergen, of herkennen, maar kan niet langer meer het licht van een ander verduisteren of laten oplichten. Het meisje bedankte de Vader voor zijn antwoord, en vroeg hem als ze nieuwe vragen had of ze hem dan weer op die plaats kon vinden. Hij gaf haar als antwoord, Je zal me overal zien, als je gewoon in jezelf vraagt of ik bij je wil komen, je eigen licht zal me altijd herkennen in welke vorm ik ook verschijn
|