Er was eens een klein meisje. Toen ze geboren werd kwam ze in een wereld die koud en kil was. Het deed haar pijn, omdat ze zich nog zo goed de andere wereld kende, waar ze vandaan kwam. Een wereld vol met kleuren, vol van warmte en liefde. Maar hoe klein ze ook was, ze begreep ook dat er nu een tijd aanbrak om op deze nieuwe wereld te verblijven. Ze had er het duidelijk moeilijk mee en begreep niets van deze nieuwe wereld, en de wezens die er op verbleven. Doordat ze zo klein was, was ze afhankelijk van de wezens om zich heen, en bij hun probeerde ze het gevoel terug te krijgen wat ze ook in de andere wereld had. Maar de wezens leken wel dikke muren om zich heen te hebben, waar het kleine meisje maar niet doorheen kon komen, om zich zo bij die ander te verwarmen.

Het kleine meisje groeide op, en ontdekte dat ze nog steeds contact kon hebben met haar oude wereld en haar vriendjes daar. Dit gaf haar de kracht om door te gaan in die boze koude wereld. Ze probeerde vanuit haar hartje wat warmte en licht vanuit die andere wereld na de nieuwe wereld te brengen, maar de wezens om haar heen kende dit niet. Toen de wezens ontdekte dat door dat kleine meisje hun muren werden afgebroken, werden ze bang van haar, maar ook boos, want welke krachten had dat kleine meisje bij zich dat zij door hun bescherming konden komen. Enkele besloten dat het zo niet verder kon, en dat het meisje moest boeten voor wat ze hun aandeed. Dus begonnen ze haar aan te vallen.

Het meisje begreep niet waarom de wezens zo boos waren, en zich steeds weer op haar wierpen. En steeds vaker vluchtte ze terug naar haar oude wereld, om daar het begrip te vinden over die vreemde wezens. De aanvallen van de wezens werden steeds sterker, en er werd besloten dat enkele vriendjes vanuit de andere wereld met haar mee zouden gaan, omdat het kleine meisje uitgeput was, en haar warmte en liefde niet meer kon voelen in de nieuwe wereld en het ook steeds moeilijker werd om terug te keren naar haar oude wereld.

Omringt door haar vriendjes groeide ze verder op. De wezens op haar heen vielen haar nog steeds aan, als ze dat vreemde licht bij haar zagen, en dat rare gevoel bij haar kregen maar het meisje merkte het niet meer, omdat haar vriendjes de aanvallen opvingen en zij onbekommerd verder kon gaan. Hoe ouder het meisje werd hoe meer ze de vorm van de wezens aan ging nemen, en langzaam leerde ze net als hun, een muur om zich heen te zetten. Hierdoor werd het voor de vriendjes steeds moeilijker om nog bij het meisje te komen. Soms was er nog wel een gaatje in de muur waardoor er eentje kon kruipen, maar toen de wezens dat doorkregen, zetten ze wachters voor het gat, zodat er niemand meer door kon en het gat gemaakt kon worden.

Zo werd het leven van het meisje, hetzelfde als van de wezens waarmee ze omringt was. De dagen sleepte zich voort en niets herinnerde haar nog aan haar oude wereld. Ze voelde zich eenzaam en alleen, en vroeg zich vaak af wat voor nut het nu had dat ze er was. Ze keek vaak om zich heen naar de andere wezens, en hoewel ze wist dat ze net als hun was kon haar dat niet troosten. Want ergens diep van binnen bleef er het gevoel zitten dat er iets niet klopte. Ook begreep ze de wezens niet die haar steeds weer aan bleven vallen, en verafschuwde het, als ze zag dat ze ook die eigenschap van de wezens aan begon te nemen, hoewel haar aanvallen er voor zorgde dat ze kon blijven leven.

Op een dag had het meisje er echter genoeg van, en besloot dat ze liever wou sterven dan nog langer in die wereld te verblijven. Echter op dat moment ontmoeten ze een wezen die voor haar een vreemd licht afgaf en ze werd nieuwsgierig na dat wezen en besloot het te volgen. Ze bleef wel op een afstand want ze was er wel bang voor. Maar haar nieuwsgierigheid won het van haar angst, en ze besloot het wezen aan te spreken. Het wezen begon haar uit te leggen wat dat licht wat ze zag te betekenen had, en dat zijzelf ook dat licht bezat. Het meisje raakte in verwarring. Weer voelde ze het diepe verdriet in zich. Maar ook begon ze ineens te zien dat er meer van die wezens om haar heen waren met dat vreemde licht in zich. en besloot op zoek te gaan naar dat licht in zichzelf en vroeg de wezens haar te helpen.

Toen ze de reis begon kwam ze al snel aan bij de dikke muren, en ze schrok hier erg van. Maar aangespoord door de anderen nu, begon ze te zoeken naar een gat in de muur. Hierbij kwam ze de wachters tegen die haar tegenhielden door haar te vertellen dat het gevaarlijk was om door dat gat te kruipen, en zij er waren om haar te beschermen. Teleurgesteld keerde het meisje weer naar huis terug.

Steeds weer liep ze langs de muur, want ze werd wel heel nieuwsgierig wat er zich achter die muur zou bevinden, en steeds weer liep ze tegen de wachters op, die haar terugstuurde naar huis. Ze vertelde haar teleurstelling aan de anderen, en het meisje besloot toen om zelf een gat te maken in die muur zodat haar nieuwsgierigheid eindelijk bevredigd zou worden. Het maakte haar niets meer uit dat het aan de andere kant van de muur gevaarlijk zou zijn, in de wereld waar ze nu zat wou ze niet meer blijven, dus of ze nu achter de muur zou sterven of in de wereld waar ze nu was maakte geen verschil meer.

Zo vertrok ze na de muur, en begon er een groot gat in te slaan. Ze was verbaasd over de kracht die hiermee gepaard ging, en werd steeds vrolijker toen ze zag dat het gat steeds groter werd. Eenmaal toen het gat groot genoeg was, kroop ze er doorheen. Aan de andere kant van de muur kon ze eerst niets zien. Haar ogen moesten nog wennen aan het donker, en ze vond het er ook wel eng. Maar voorzichtig liep ze de nieuwe ruimte in. Iedere dag durfde ze zich al een stukje verder van de muur te verwijderen. Op een dag echter kwam ze een ander wezen tegen, deze was heel anders dan de wezens die ze kon uit haar eigen wereld. Het vreemd licht wat ze bij de anderen had gezien, was bij dit wezen veel sterker. Het meisje schrok hier zo van dat ze snel terug naar huis ging en zich opsloot in haar huisje.

De andere wezens echter, werden nieuwsgierig waarom het meisje zich niet meer liet zien, en begonnen haar op te zoeken in haar huisje. Langzaam aan begon het meisje te vertellen over wat ze achter de muur had meegemaakt. En hoe erg ze er van geschrokken was. Een van de wezens begon te glimlachen, en bood aan om met haar mee te gaan naar de ruimte achter de muur, zodat ze zich niet meer zo alleen zou voelen, en niet meer zo bang zou zijn. Het meisje stemde hierin toe, en samen gingen ze weer op pad. Al snel waren ze in de anderen ruimte, en liepen ze de weg die het meisje al eerder had afgelegd. Weer kwamen ze het vreemde wezen tegen en het meisje verstopte zich snel achter degene die met haar mee was gegaan.

Echter de andere begon het nieuwe wezen te begroeten, en al snel waren ze in een gesprek gewikkeld. Het meisje begon langzaam te voorschijn te komen, en het nieuwe wezen begroetten haar en begon een gesprek met het meisje. Hierdoor verdween de angst bij het meisje voor het nieuwe wezen, en vanaf die dag begon het meisje steeds vaker naar het wezen te gaan. Ze vertelde het nieuwe wezen over de wereld waar ze woonden, en de eenzaamheid en het verdriet. Ze vertelde ook waarom ze een gat in de muur had gemaakt, en waarom ze schrok toen ze het nieuwe wezen voor het eerst zag. Ze vroeg waarom het licht van haar anders was als het licht wat ze in haar eigen wereld kende, en het nieuwe wezen begon haar de dingen uit te leggen. Het meisje vond het heerlijk om samen met het nieuwe wezen te zijn, en begon haar eigen wereld steeds meer te haten. Op een dag vertelde het meisje dat ze niet meer terug wou naar huis, maar in de nieuwe ruimte wou blijven, maar het wezen vertelde haar dat dat niet kon, maar dat ze er voor zou zorgen dat ze zich in haar eigen wereld ook niet meer zo eenzaam zou voelen.

Verdrietig keerde het meisje terug naar huis, en begon haar leventje weer op te pakken. Ze dacht vaak met heimwee terug aan de andere ruimte, maar hoe ze ook probeerde, ze kon er niet inkomen. Op een dag toen ze in haar huisje bezig was, hoorde ze een stem die haar riep, maar ze zag niemand. Steeds vaker gebeurde het nu dat ze die stem hoorde, en ze werd er bang van, en ze stopte haar vingers in haar oren zodat ze het niet meer zou horen. Om haar heen vroegen de anderen waarom ze dat zo vaak deed, en ze vertelde hun wat er aan de hand was. De anderen vonden het wel raar, maar hadden ooit wel eens andere gezien die net het meisje reageerde, en ze brachten het meisje naar die anderen toe.

Toen ze met de anderen in gesprek kwam, kwam ze er achter dat ook zij achter de muur waren geweest en hetzelfde wezen hadden gezien als hun en net als zij moesten ze terug naar hun eigen wereld, en begonnen ze een stem te horen. Sommige vertelden haar dat ze het wezen van die stem ook al ontmoet hadden, en nu geen heimwee meer hadden naar die andere ruimte omdat ze zich nu niet meer alleen voelde.

Toen het meisje dat hoorde, besloot ze de stem te volgen en kwam weer bij de muur uit. Daar vond ze een ander meisje net als haar, en stiekem nam ze haar mee naar huis. Eindelijk begon het meisje weer plezier te krijgen in haar leven, ook al vond ze het soms moeilijk om naar de verhalen van het andere meisje te luisteren. Maar nu konden ze elkaar troosten, en helpen. Op een dag vertelde het meisje echter dat ze niet langer kon blijven, maar verder wou reizen om zo nieuwe dingen te ontdekken. Het afscheid was erg moeilijk. Vaak ging het meisje terug naar de muur om te zien of haar vriendinnetje toch niet terug zou gekomen, maar steeds ging ze teleurgesteld weer naar huis. Op een dag echter zag ze ineens een ander meisje door het gat tevoorschijn komen. Blij gingen ze samen naar huis, maar ook dit meisje vertrok naar een tijdje weer.

Steeds bleef het meisje eenzaam weer achter, en begreep er allemaal niets meer van. Waarom kwamen die meisjes eerst naar haar wereld als ze toch weer teruggingen naar een andere wereld. Ze werd boos en besloot het gat in de muur dicht te maken. Op een dag echter hoorde ze iemand op haar deur kloppen en toen ze opendeed stonden er verschillende anderen meisjes en jongetjes voor de deur. Ze vroegen of ze binnen mochten komen. Het meisje schrok ontzettend, maar snel liet ze ze binnen, omdat ze in de verte een van de wachters aan zag komen die duidelijk naar iets op zoek was. Ze begon plaats te maken in haar huisje zodat de anderen een eigen plekje kregen om er te vertoeven, en vaak zaten ze tot diep in de nacht elkaar verhalen te vertellen. Het meisje was verbijsterd door al de ellende wat de anderen hadden meegemaakt, en zorgde ervoor dat ze aan konden sterken.

De anderen begonnen haar te vertellen dat ze eigenlijk met nog veel meer waren, maar dat het moeilijk was om langs de wachters te komen. Samen besloten ze toen om een plan te verzinnen zodat de anderen niet langer meer tegengehouden konden worden. En het meisje vertelde hoe ze in het begin een gat had gemaakt in die muur. Nu echter besloten ze heel de muur af te breken, zodat er ook niemand meer was die de anderen tegen kon houden. Samen met de anderen zochten ze gereedschap uit en gingen na de muur en begonnen grote gaten in de muur te slaan. Het meisje schrok toen ze een wachter snel aan zag lopen, maar toen deze zag hoe groot het gat in de muur was, verdween hij, want hij wist dat hij het niet meer tegen kon houden. Het meisje was verbaasd over de grote ruimte die er ontstond, en voldaan keerde ze naar huis terug. Steeds vaker werd er nu aan haar deur gekopt, en kwamen er nieuwe meisjes en jongetjes bij, en steeds weer zorgde het meisje ervoor dat er een plaatsje was in haar huisje.

Ook het nieuwe wezen wat ze in de ruimte had leren kennen, kwam nu regelmatig op bezoek, en iedereen keek daar na uit. Maar het huisje raakte nu wel overvol en het meisje begon zich weer zorgen te maken. Ook begreep ze niet waarom er steeds maar meer meisjes en jongens bleven komen.

Op een dag besloot ze er met het nieuwe wezen over te praten. En deze vroeg aan het meisje haar ogen dicht te doen, en haar handen in haar handen te leggen. Langzaam voelde het meisje zich wegglijden in een diepe slaap, maar ook merkte ze dat deze slaap anders was. Ze kwam in een ruimte terecht die ze heel vreemd vond, maar ook heel vertrouwd aanvoelde. Toen ze op zij keek zag ze ook dat het nieuwe wezen er heel anders uitzag, het licht was hier nog sterker. Nieuwsgierig begon ze om haar heen te kijken, en was verbaast over de dingen die ze zag, sommige dingen herkende ze wel, omdat ze die in haar wereld ook gezien had, maar hier waren ze veel mooier. Het had meer het licht om zich heen wat ze ook bij het nieuwe wezen zag. Samen gingen ze verder, en ineens zag ze allerlei anderen wezens op zich afkomen, die er net zo uitzagen als het nieuwe wezen. Ze liepen op een groot wit gebouw af. Hiervoor stond een wezen die nog een groter licht uitstraalde dan de anderen om haar heen. Dit wezen begroetten het meisje met de woorden welkom thuis dochter, en samen gingen ze het gebouw binnen. <br><br>

Lange tijd verbleef het meisje in het gebouw, en begon zich opnieuw dingen te herinneren van de plaats waar ze nu was. Ze vond het er heerlijk, maar begreep dat ze er niet kon blijven. Ze begreep nu ook waarom al de anderen meisjes en jongens bij haar waren gekomen, in de wereld waar ze nu was en beloofde het wezen dat zij er voor zou zorgen dat ze allemaal terug zouden keren. Het wezen vertelde haar dat hij blij was met haar besluit, en dat er een dag zou komen waarin ook zij weer terug zou keren. Het meisje nam afscheid van de wezens en keerde samen met het nieuwe wezen terug. Toen ze haar ogen opendeed waren haar ogen vol tranen, maar nu niet van verdriet, maar van ontroering door de ervaring die ze had gehad.

Ze begreep dat al de meisjes en jongetjes die in haar huis verbleven, haar vriendjes waren die haar hadden geholpen om in de wereld waar ze nu was te overleven. En ze ging nog vaker met de anderen praten om zo hun verhalen te leren kennen, het verdriet en de pijn te delen, maar ook om samen leuke dingen te doen. Hierdoor begon ze ook steeds meer buiten het huis in haar eigen wereld dingen te ontdekken, die ze nog nooit gezien had. Ze merkte ook dat de wezens die haar eerst altijd aanvielen zich steeds verder van haar verwijderde. Oh soms probeerde iemand haar nog wel aan te vallen, en soms lukte dat ook, maar ze had nu haar vriendjes met wie ze het kon delen. Regelmatig kwam het nieuwe wezen op bezoek, om te kijken hoe het ging, en steeds vaker werd er dan een van de anderen meisjes en jongens meegenomen. Tot de dag dat ook de laatste verdween en het meisje alleen achter bleef. Toen het nieuwe wezen langskwam vroeg het meisje om ze nog een keer mee mocht naar haar oude huis, en samen gingen ze weer op weg. Daar aangekomen zag ze zich omringd met al haar vriendjes die in haar huisje waren geweest, en het meisje genoot er enorm van. En weer vroeg ze het nieuwe wezen of ze niet mocht blijven.

Het nieuwe wezen nam haar nu echter mee naar een ander gebouw, waar het wezen stond die ze al eerder had gezien, echter bij hem stond een ander wezen, en dat wezen straalde nog meer licht uit. Weer ging ze het gebouw binnen. Nu stelde ze haar vraag opnieuw, en het wezen met het stralende licht vroeg haar haar ogen te sluiten, en met hem mee te gaan. Het meisje begon weer in slaap te vallen, en zag dat ze de ruimte verlieten en in een andere ruimte terechtkwamen. Hier was alles nog mooier dan in de ruimte waar ze vandaan kwamen, en al de wezens die ze zag bezaten hetzelfde licht als degene die haar begeleiden. Ze vroeg aan het wezen waarom hij haar dit liet zien, en deze vertelde haar dat ze hierdoor zou weten dat er steeds nieuwe werelden zouden komen, die ook steeds mooier werden.

Het meisje vroeg aan hem hoe ze dan in die werelden zou kunnen komen, en hij vertelde haar, dat ze eerst haar vorige werelden moest leren kennen, voordat ze in de wereld kon komen waar ze nu was. Samen keerde ze terug naar haar vorige wereld. En vroeg toen hoe ze al de anderen werelden waar ze ooit geweest was kon leren kennen. Het wezen vertelde haar dat ze terug moest keren naar de wereld waar ze nu was, en dat ze daar alles zou leren wat ze moest weten ervan. Voordat ze vertrok kwam het wezen nog eenmaal naar haar toe, en samen liepen ze naar het water toe. Het wezen vroeg het meisje in het water te kijken. Toen het meisje keek, zag ze zichzelf zoals ze ook het wezen zag dat bij haar was. Deze vertelde haar, vergeet nooit het beeld wat je nu gezien hebt, het zal je helpen in de wereld waar je nu bent.

Het meisje kwam weer terug in haar huisje en lange tijd verbleef ze daar, denkend over alles wat ze had meegemaakt in de laatste jaren. Vaak liep ze door haar huisje heen, en beleefde alles wat er was gebeurd opnieuw. Op een dag echter besloot ze het huis te verlaten, en de wereld in te trekken om nieuwe dingen te ontdekken. Ze ontdekte dat er nog andere muren stonden, maar nu ze wist hoe ze ze af kon breken, liet ze zich niet meer tegenhouden door de wachters die er voor stonden, maar brak ze een voor een af. Ze begreep nu ook dat de wachters en de anderen die haar aan probeerde te vallen, bang waren voor het licht wat ze bij zich droeg, en ze merkte dat de aanvallen steeds minder werden zogauw zij dat licht toonden. Tijdens haar reis leerde ze steeds meer wezens kennen die ook dat licht bij zich hadden, en vaak liepen ze dan samen en hielpen ze elkaar als ze weer een muur tegen kwamen. Ook kwamen er steeds meer wezens die net als zij nieuwsgierig waren wat dat licht nu was, en hun vertelde ze dan haar verhaal en hielp ze op weg om ook dat licht te gaan zoeken.

Zo gingen er een aantal jaren voorbij, en het meisje had al veel anderen werelden gezien. Op een dag kwam ze het nieuwe wezen tegen en samen vertrokken ze weer naar huis. Hier vertelde het meisje alle avonturen die ze op haar reis had beleefd. Ze vertelde over haar angsten die ze beleefde in de donkere werelden, en over alle nieuwe vrienden die ze had leren kennen. Ook vertelde ze over de andere wezens die ze in de donkere wereld tegenkwam, die nog erger waren dan de wezens die ze in haar wereld waar ze leefde kende. Toen het meisje al haar avonturen had verteld, genoot ze van haar thuiskomst. Maar herinnerde zich ook nog haar laatste ervaring die ze had gehad toen ze de laatste maal er was. Ze ging naar het wezen wat toen bij haar was, en vroeg hem wat ze nu moest doen om in die andere wereld te geraken waar hij haar toen gebracht had. Het wezen vertelde haar dat ze zelf mocht kiezen wat ze wou. Ze kon nu thuisblijven, en daar verder leren, maar ze mocht ook nog terug keren naar haar oude leven, en van daaruit de kennis op doen die nodig was, om naar de nieuwe wereld te komen. Het meisje keek om zich heen, en nam alles goed in haar op. Toen dacht ze terug aan al haar reizen die ze de laatste jaren had beleeft, en de vele nieuwe vrienden die ze had leren kennen, en besloot ze terug te keren naar haar oude wereld.

Weer begon ze rond te trekken, om zo nieuwe ervaringen op te doen. Vaak was ze boos op zichzelf dat ze was teruggekeerd naar deze wereld, en hoewel hij niet meer zo koud en kil was, haar thuis kon ze maar niet uit haar hoofd zetten. Ze voelde zich ook kwetsbaar, door het licht wat ze bij zich droeg, en steeds vaker begon ze het lichtje te verstoppen als er andere wezens in de buurt kwamen. Ze werd moe van al het reizen en begon een nieuw huisje te zoeken waar ze af en toe kon gaan rusten. In het nieuwe huisje zetten ze haar lichtje neer, en verwarmde zich eraan als ze weer terugkwam van een reis. Steeds minder nam ze haar lichtje mee, en steeds verder raakte ze er van vervreemd. Op een dag stond er weer een nieuw meisje bij haar aan de deur, weer had het meisje iemand waar ze alles mee kon delen.

Maar ze begreep dit nieuwe meisje niet, ze was zo anders dan al de anderen die ze had leren kennen, en steeds vaker begon het meisje weer weg te gaan. Vaak als ze naar een reis terugkwam in haar huis, was ze ongedurig en kribberig. Ze luisterde niet meer naar wat het nieuwe meisje haar te vertellen had. Er kwamen anderen aan haar deur, maar ze stuurde ze weg. Op een dag wou het meisje terug naar haar huis en zag dat de brug die naar haar huis leiden, gebroken was. Dit maakte haar heel verdrietig en ze begon rond te zwerven op zoek naar wezens die haar konden helpen om de brug te herstellen. Er werden wel stukjes van de brug gemaakt, maar het meisje kon nog steeds niet over deze brug komen. Zo bleef ze maar doorzoeken, en kwam weer bij een nieuwe muur uit.

Weer liep ze tegen een wachter op, maar het meisje was zo boos dat ze hem verpletterde, ze had er genoeg van om steeds maar weer het gevecht met hun aan te gaan. Ze had genoeg van al de reizen en wou naar haar huisje, om daar te tijd af te wachten voordat ze terug kon keren naar haar vriendjes in de andere wereld.

Ze dacht allang niet meer aan de wereld die er verder lag, en aan de wezens die ze daar ontmoet had. Echter toen ze de muur had afgebroken kwam ze in een ruimte die ze nog nooit eerder gezien had. Nieuwsgierig begon ze weer op onderzoek uit te gaan.

Ze ontmoeten er een meisje en jongen, en wist dat ze al eerder bij haar aan de deur waren geweest, maar dat ze hen toen had weggestuurd. Ze voelde hoe dom ze toen was geweest en nodigden hen uit om mee te gaan. Echter de brug was nog steeds stuk, en samen met de jongen keerde ze terug naar haar oude huisje om te kijken of ze daar konden verblijven.

Het meisje ging het oude huis binnen, samen met de jongen maar er was niets meer heel. Het huis stond op instorten, en het meisje begreep dat ze daar haar nieuwe vriendjes niet in onder kon brengen. Ze zou de brug moeten herstellen om in haar huisje te komen wat ze toen verlaten had. Samen met haar nieuwe vriendjes ging ze aan de slag. En al snel konden ze de brug weer gebruiken. In het huis werden ze opgevangen door het anderen meisje, en al snel zaten ze elkaar verhalen te vertellen.

Er werd weer op de deur geklopt, en het meisje ging snel open doen. Nu stuurde ze de 2 jongens die voor haar deur stonden, niet weg, maar blij liet ze hen binnen.

Het meisje begreep nu dat haar nieuwe vriendjes kwamen vanuit die nieuwe wereld, en dat ze kwamen om haar te helpen om die wereld te leren kennen.

 

Veel liefs Gerda                                                   back