|
|
Enkele weken zijn er nu voor bij gegaan, en het meisje heeft weer verschillende reizen gemaakt in haar wereld, maar ze begon zich steeds ongeduldiger te voelen tijdens haar reizen. Nu ze haar jassen niet meer droeg, merkte ze wel hoe weinig invloed de schaduwen op haar hadden, maar ook begon ze zich steeds eenzamer te voelen in deze wereld, waar al de wezens haar steeds snel voorbij liepen of zelf een andere kant op gingen als ze haar aan zagen komen. Er waren nog maar enkele die net als zij zonder jas durven rond te lopen, en vaak kwamen ze samen om hun ervaringen uit te wisselen, maar allen merkte ze aan het meisje dat ze was veranderd. Haar lichtje scheen nog wel, maar de passie was eruit verdwenen. Op een dag nodigde het meisje haar vrienden uit in haar huisje, toen ze met z’n allen rond het haardvuur zaten, vertelde het meisje hun het verhaal van haar reizen in de laatste weken, en voelde ze allen het diepe verdriet wat het meisje in haar hart met zich meedroeg. Het meisje vertelde hun dat vanaf het moment dat zij en haar vriendje werden gescheiden, een deel van haar was overgegaan in hem, net zoals er een deel van hem was overgegaan in haar. Toen pakte het meisje een brief en gaf deze aan haar vrienden. Ze vertelde hun dat ze de brief die dag ervoor had ontvangen, en nu een besluit moest gaan nemen of ze nu voorgoed zou gaan vertrekken vanuit deze wereld. Toen de vrienden die brief lazen raakte ze opgewonden, en waren blij voor haar dat ze nu eindelijk naar die wereld kon gaan, waar ze al die tijd naar verlangt had, maar ipv blijdschap zagen ze het diepe verdriet in haar ogen, want als ze besloot te gaan zou het heel lang duren voordat ze haar vriendje ooit weer zou zien. Een van haar vriendinnen sloeg haar armen om het meisje heen, en vertelde haar dat ze begreep voor welk dilemma het meisje nu stond, en dat zelf het weten dat haar vriendje deel uitmaakte van haarzelf, en zij van hem, niets afdeed van het verlangen om samen naar die nieuwe wereld te gaan Toch moedigde ze met z’n allen het meisje aan, om te gaan vertrekken, en niet langer af te blijven wachten. Het meisje liep voor de laatste keer door haar huisje heen, het huis waar ze zoveel jaren gelukkig en veilig was geweest, en waar ze zoveel herinneringen had aan de vele vrienden die ze in deze wereld had gekend. Maar ze wist dat ze nu verder moest gaan, en niet langer kon blijven wachten op degene die ze zo lief had. Nog eenmaal zat ze voor het haardvuur en liet de herinneringen aan hem passeren, en gooide deze toen met een gebaar in het haardvuur, waarbij ze zachtjes snikkend vaarwel zei. Toen stond het meisje op, en liep naar de deur. Hier stond het lichtwezen te wachten die haar enkele jaren geleden al mee had genomen naar de wereld waar het meisje vandaan kwam. Liefdevol keek zij het meisje aan en vroeg haar, “ben je er klaar voor” . Nog eenmaal keek het meisje om, en zei toen Ja ik ben er klaar voor. Samen met het wezen reisde het meisje naar de andere wereld. Er was veel blijdschap om haar terug keer, maar men merkte ook dat het meisje veranderd was. Samen met het lichtwezen ging ze naar het gebouw waar ze jaren geleden was geweest, en waar ze toen besloot om terug te keren naar de wereld waar ze vandaan kwam. Nu echter liep ze het gebouw binnen in de wetenschap dat ze niet meer terug zou keren naar die wereld. Eenmaal binnen gaf ze haar boek af met daarin al de geschreven ervaringen vanuit de andere wereld. Toen men haar vroeg of ze een nieuw boek wou, keek ze even in de ogen van haar begeleidster, en zei toen nee, ik keer niet meer terug. Hierop vertelde het wezen die het boek in ontvangst had genomen dat ze dan naar een andere verdieping in het gebouw moest, en ze daar verder te horen zou krijgen wat ze zou kunnen gaan doen. Het meisje nam afscheid van haar begeleidster, en vertelde haar dat ze elkaar weer snel zouden zien, zogauw ze de keus had gemaakt wat ze nu zou gaan doen. Het meisje begaf zich naar de verdieping die haar was aangegeven, en toen ze daar aankwam keek ze verwonderd rond naar het kleurenspel wat er zich daar afspeelde. Toen ze de kamer inliep zag ze hoe het Gouden Licht door haar heen vloeide, en ze schrok van de kracht die het in haar teweeg bracht. Opnieuw voelde ze een diep verdriet door haar heengaan, toen ze dacht aan haar vriendje die ze in de andere wereld had achtergelaten. Maar toen hoorde ze een stem, zo vertrouwd en draaide ze zich om. Voor haar zag ze hem toen staan, zoals ze hem ook in de andere wereld zag als hij zijn jas had uitgedaan. En het enige wat het meisje nog aan hem kon vragen was ” waarom”
|