De laatste jaren verliepen rustig voor het kleine meisje, en steeds vaker durfde ze de dikke mantel die ze normaal droeg als ze haar huisje verliet om te gaan reizen thuis te laten. Steeds als ze vermoeit thuiskwam van een van haar reizen werd ze er altijd opgevangen door een van de vele vrienden die ze de laatste jaren had leren kennen.

Echter enkele maanden terug, hoorde ze dat deze voor een tijdje moesten vertrekken. Een meisje stapte op haar af, en vroeg haar, wat doe je nu, blijf je zitten wachten totdat wij terugkomen of vertrouw je er nu op dat je ook zelf die deur uit kan stappen, zonder die dikke jas aan.
Angstig keek het meisje haar aan, en zag de liefdevolle blik in de ogen van de ander, en ze zei, nee nu ga ik zonder die jas naar buiten.

In het begin genoot ze volop ervan, maar al snel werd ze geconfronteerd met allerlei schaduwen, die haar steeds meer en meer begonnen in te sluiten. Steeds opnieuw vluchtte het meisje terug naar haar eigen huisje, waar ze verdrietig en verward achterbleef nu er ook daar niemand was die haar kon helpen.

Steeds vaker begon ze nu maar weer de jas aan te doen als ze naar buiten ging, want ze wist niet wat ze moest doen met al die schaduwen van de wezens die om haar heen begonnen te hangen, en steeds verwarder raakte ze erdoor nu ze door haar eigen jas, de schaduwen niet meer herkende en er steeds instapte.

Steeds meer verwarde het haar, en ze zag ook niet meer haar eigen schaduwen die er door haar jas ontstonden, en die samen met de andere schaduwen vermengde.

Op een dag was ze aan het wandelen in voor haar veilige omgeving, zonder haar dikke jas aan, en zag iemand naar haar toekomen. De tranen schoten in haar ogen, toen ze in hem zichzelf herkende, hetzelfde licht als wat ze van zichzelf kende. Ook bij hem vond er de herkenning plaats, en ze genoten heel de dag van elkaar. Nog nooit had het meisje dit in deze wereld meegemaakt

Steeds weer probeerde ze elkaar te ontmoeten, en het meisje toonde hem de werelden waarin ze ooit was geweest, maar steeds daarna zag ze dat hij zijn jas aandeed, waardoor ze bang werd van de schaduwen om hem heen. Ook nu ging het meisje haar eigen jas weer dragen, omdat ze dacht dat de schaduwen dan wel zouden verdwijnen. Echter nu haar eigen schaduwen ook weer tevoorschijn kwamen zag ze hoe deze vast gingen zitten aan de schaduwen van hem, en vluchtte ze voor hem weg, terug naar haar veilig huisje

In haar huisje vond ze deze keer haar lieve vriendin, die enkele maanden geleden was vertrokken. Ze vertelde haar haar nieuwe ervaringen met de jongen en liet haar tranen de vrije loop. Het deed haar zoveel pijn om te zien hoe de ander steeds een jas aantrok, en ze was bang van die schaduwen die daardoor vrijkwamen. Haar vriendin nam haar in haar armen, en vroeg haar, waarom ben je zo bang ervoor lieverd, en waarom trek je je eigen jas aan op dat moment, als jij gewoon je licht laat blijven zien, lossen de schaduwen gewoon op, en verdwijnt ook zijn jas.

Echter als jij ook je jas aantrekt, zien jullie beide niet meer wie jullie zijn, en lossen jullie op in de schaduwen van elkaar. En net als hij ben jij ook bang voor de werelden die hij je laat zien, trek jij je jas aan en schrikt hij van de schaduwen die daardoor ontstaan. Wie van jullie durft nu als eerste voorgoed zijn jas te vernietigen, en gewoon zijn licht te laten schijnen naar elkaar???

Opnieuw ging het meisje naar de plaats waar ze hem ooit ontmoeten, en zag hoe de dingen in de afgelopen tijd zich hadden afgespeeld, vele vrienden hielpen haar daarbij, en eindelijk durfde ze haar jas in het vuur te gooien die hun voor haar hadden gemaakt.

Daar stond ze dan, maar wat moest ze nu, terug naar haar huisje gaan of zou ze haar vriendje op gaan zoeken. Ze besloot gewoon naar hem toe te gaan. Ze vond het wel eng hoor, en zag verschillende schaduwen op haar weg die haar probeerde tegen te houden, maar steeds keek ze dan naar haar eigen lichtje, en stapte dapper verder. Echter op een gegeven moment kwam ze een van de wachters tegen, en tegen zoveel kracht kon ze niet op. Steeds opnieuw probeerde ze een andere weg te vinden, maar ze werd er zo moe van, dat ze even langs de kant ging zitten.

Ze zag iemand op haar afkomen, en ze zag het bekende lichtje in de persoon, en vroeg hem haar te helpen. Even raakte de lichtjes elkaar, en lachend keek hij haar aan en zei haar, volg mij maar even dan ben je er zo. Dus dat deed het meisje, maar even later kwam ze er achter dat ze nu helemaal de weg kwijt was en niet meer wist welke weg ze moest nemen. Ineens hoorde ze een stem die zei, waarom lieverd volg je een ander lichtje, waarom vraag je niet aan je eigen lichtje om hem te laten weten waar je bent.

Dat zette het meisje aan het denken, aan haar eigen lichtje iets vragen, kon dat dan. Daar wist ze niets van, maar ze kon het altijd proberen. Verbaast was ze dat ze binnen enkele tellen een bericht van hem ontving, en ze aan kon geven waar ze was. Ze spraken af dat ze naar een bepaald punt zou komen, waar ze elkaar konden ontmoeten

Toen ze hem zag herkende ze meteen het licht wat hij uitstraalde, en ze genoot er ontzettend van. Tijdens hun samenzijn zag ze hoe hij soms zijn jas aandeed, en zag ze de schaduwen die er van afkwamen, maar nu was ze er niet langer bang voor, en liet ze gewoon langs haar heen gaan, en bleef ze kijken naar het licht van haarzelf en het licht wat er onder zijn jasje nog tevoorschijn kwam. Langzaam zag ze hem naar haar toekomen, en zag ze hoe het licht van haar en hem zich weer vermengde, waardoor de schaduwen oploste, en ze weer genoten van elkaars licht

Vandaag danst het meisje heel de dag al vrolijk rond, soms ziet ze het lichtje van haar vriendje licht schijnen in de verte, maar het is te ver verwijderd van haar om er te komen. Eerst probeerde ze nog wel de weg ernaar te vinden, maar ze heeft het nu gewoon opgegeven, want ze weet dat ze elkaar ieder moment gewoon weer tegen kunnen komen, en ze merkt hoe fijn het is om haar licht te delen met de anderen. Nu is ze ook niet bang meer voor de schaduwen van sommige, die schrikken van haar licht en snel hun jas aantrekken, Ze laat de schaduwen in haar licht komen en ziet hoe ze daar langzaam oplossen. Nu ze eindelijk haar eigen jas heeft verbrand, kan ze in deze wereld eindelijk zijn wie ze altijd is geweest. Voldaan keert ze terug in haar huisje, waar ze vrolijk haar nieuwe avonturen deelt met de vrienden die er aankloppen. Maar in haar hart leeft de wens dat eenmaal haar vriendje zelf aan zal kloppen aan haar huisje en haar mee zal nemen op de reizen die hij ooit beleeft heeft. Een wens dat ze eens in het huis van hem wordt uitgenodigd. Tot dan toe zal ze steeds opnieuw rond zwerven in de vele werelden die er te ervaren zijn zal ze vele huisjes bezoeken en geniet ze volop nu ze haar zware jas niet meer met zich mee hoeft te dragen

Veel liefs Gerda                                                   back