\

 

 
Het schoolkind 6 tot 12 jaar

Hoe goed je past in sociale groepen waartoe je behoort, hoe goed je je op je gemak voelt bij collega's en goede vrienden, hoe zelfverzekerd of opgelaten je je voelt als je een prestatie moet leveren of met anderen moet wedijveren, hoeveel succes je hebt in je carrière en hoe goed je bent in het beginnen en afmaken van werkzaamheden hangt allemaal samen met hoe goed je deze dingen geleerd hebt toen je tussen de zes en twaalf jaar oud was. Deze jaren worden ook de "middenjaren"genoemd, omdat ze de periode vormen tussen de snelle lichamelijke en psychologische ontwikkelingen van de eerste zes jaar en de opvallende veranderingen in de puberteit. De nadruk lag in deze periode vooral op het aanleren van sociale vaardigheden en niet zozeer op psychologische ontwikkelingen. Hoewel het aanleren van die vaardigheden vooral plaatsvond door het aanknopen van relaties met leeftijdgenoten, was ook het aangaan van relaties met volwassenen buiten het gezin belangrijk. 

ERBIJ HOREN

In deze jaren bewogen we ons voor het eerst in een sociale structuur buiten het gezin waar we vandaan kwamen. het belangrijkste in deze tijd was: bij de groep horen, proberen hetzelfde te zijn als de anderen en niet opvallen. We gingen ons bezighouden met "ons aanpassen aan de groep"en "geen gekke indruk maken". Erbij horen betekende dat we door onze leeftijdgenoten geaccepteerd werden. Er niet bij horen betekende het tegenovergestelde. Het was de periode waarin we soms elke dag een andere beste vriend of vriendin hadden. Soms hoorde je het ene moment nog wel bij de populairste van de klas en het moment daarop niet meer. De ene minuut moest iedereen om je grapjes lachen en een minuut later luisterden ze niet naar je. Iedere keer als we in de klas een vraag moesten beantwoorden of iets moesten vertellen, liepen we het risico dat we vernederd, afgewezen of belachelijk gemaakt zouden worden. We stonden terecht en onze leeftijdgenoten waren de jury. Uit hoeveel zelfvertrouwen je hebt als volwassenen blijkt meestal wel hoe goed je dit "oordeel door leeftijdgenoten"overleefd hebt. Als je dit soort sociale vaardigheden destijds niet goed geleerd hebt, zul je je nu als volwassenen misschien vaak pijnlijk verlegen voelen in groepen waarin waarin acceptatie of afwijzing bepaald wordt door wat je zegt of doet.. Heel veel mensen zijn bang om in het openbaar te spreken: plotseling staan we alleen tegenover een groep, bang om af te gaan. We zijn aan de genade van de groep overgeleverd, net zoals vroeger op de lagere school.

Mogelijke problemen uit deze ontwikkelingsfase

* Je geen houding kunnen geven in een groot gezelschap

* Niet kunnen afmaken waar je aan begonnen bent

* In je beroep geen zelfgestelde doelen kunnen verwezenlijken

* Altijd schulden hebben zodat je nooit een stabiele financiële situatie bereikt

* Angst om in het openbaar te spreken.