De Kennismaking

Ooit is er een tijd geweest dat we geen slaaf waren van ons verleden, een tijd dat we verbonden waren met ons ware zelf en in onschuld, vertrouwen en vrijheid leefde. De pijn uit onze jeugd verhinderd ons vaak die tijd te herinneren, waardoor wij als volwassenen zonder dat gevoel van vrijheid en innerlijke vrede moeten leven. Door het werken met je innerlijke kinderen kan je de wonden uit het verleden genezen, zodat de herinneringen uit die andere tijd weer terug kunnen komen, en als die tijd nooit bestaan heeft, kan jij je innerlijke kinderen die gevoelens geven. Om dat te bereiken zul je de ervaringen uit je verleden moeten veranderen en het kind in je weer tot leven moeten brengen, en moeten genezen.

Het innerlijke kind is de de drager van ons levensverhaal, het voertuig van de herinneringen van zowel het echte kind als het geïdealiseerde kind van vroeger. Het is datgene in ons wat werkelijk leeft. Het is de ziel, dat deel van ons dat alle cycli die we in ons leven doorlopen hebben, heeft meegemaakt. Het is het deel dat lijd, en is de drager van vernieuwing en wedergeboorte, die in ons leven verschijnt, telkens wanneer we loslaten en openstaan voor verandering. Het innerlijke kind belichaamt de eigenschappen van het onschuldige deel van het zelf, en je zult waarschijnlijk snel ontdekken dat er meer dan een stem om hulp roept als je met je kinderen gaat werken. Sommige stemmen horen bij een bepaalde leeftijd, andere bij bepaalde gevoelens, maar de verschillen worden vroeg of laat vanzelf duidelijk.

Wat je niet leert als kind zijnde komt als je volwassen bent terug in de vorm van irrelevante onvolwassen reacties op mensen, plaatsen en dingen. Waar je last van hebt zijn die irrelevante reacties, het feit dat je reageert op een manier die niet past bij je leeftijd. Die reacties zijn voortvloeisels van de pijn en angst die je als kind ervaarde wanneer je behoeftes niet werden vervuld. Of je in iedere fase van je kindertijd leert wat je moet leren hangt af van het feit of je behoeftes in die fase vervuld worden. Hiervoor heb je je veilig moeten voelen bij je ouders en de hulp moeten krijgen die je nodig had. Als dat niet het geval is ontbreekt de fundering die je nodig hebt om die dingen te leren. Toch gaat het leven dan gewoon door, en je overleeft door andere, in feite verkeerde manieren aan te leren op gebeurtenissen en mensen in je leven. In je jeugd zijn deze manieren van reageren functioneel, omdat ze je helpen overleven, maar als volwassenen geven ze je niet meer wat je nodig hebt, maar omdat je geen andere manier kent, blijf je het gedrag maar herhalen, gedrag waaruit je angst voor liefde, je onvermogen nee te zeggen, je neiging overal kritiek op te hebben, je gevoel van schaamte blijkt. Deze gedragspatronen hebben een storende invloed op je werk, je gevoel van eigenwaarde en het vermogen je plaats in de wereld op te eisen.

Deze gedragingen zijn verbonden met bepaalde voorvallen op emotioneel vlak die in specifieke periodes van ons leven hebben plaatsgevonden. Dat is ook de reden dat innerlijke kinderen vaak als kinderen van verschillende leeftijden verschijnen. Bij sommige kan ieder leeftijd of gevoel door een ander kind uitgebeeld worden.

Je innerlijke kinderen kunnen in het dagelijks leven op allerlei manieren naar boven komen. Soms op een positieve manier, bv als het kinderlijke plezier wat je beleeft tijdens een spel, maar kunnen ook gevoelens als kwaadheid, eenzaamheid en verwarring veroorzaken.

Als je op kind huiswerk of een opdracht meekreeg naar huis, maar je daar niet op kon concentreren omdat je aandacht verplaatst was naar de moeilijkheden thuis, als je bang was mishandeld, misbruikt te worden had je misschien niet de emotionele en intellectuele energie om aan je werkstuk te beginnen of om dat af te maken. Misschien kreeg je daardoor zelf nog wel een etiket erbij dat je dom en lui was. Misschien reageerde je toen we met verlegenheid en schaamte en het idee dat je dom was, dat je het niet kon. Als je als volwassenen in een soortgelijke situatie terecht komt, waarin je een opdracht moet maken, of een werkstuk kun je dezelfde gevoelens van schaamte en vernedering weer ervaren. Om daar van af te komen zou je terug moeten naar de leeftijd en het schoolkind in je moeten helpen zich de benodigde vaardigheden eigen te maken. Als je weet dat het maken van opdrachten in deze ontwikkelingsfase geleerd wordt, weet je ook op welk kind je je moet richten en kun je haar of hem er mee helpen.