Schuldgevoel

Schuldgevoel is in de meest pure vorm een afkeuring van onszelf. We durven onszelf niet als “goed”te zien en te ervaren. Het houdt een oordeel over onszelf in. Als e onszelf slecht vinden kan het immers alleen maar meevallen...., krijgen we misschien van een ander een complimentje... 

Strikt genomen is schuldgevoel een smoes. Een smoes om onze verantwoordelijkheid niet te hoeven dragen. We leggen de verantwoordelijkheid buiten ons en maken ons handelen afhankelijk van het oordeel van anderen. Als we echter onze verantwoordelijkheid durven dragen, niet alleen voor ons handelen ( en daar hoort denken ook bij) maar ook voor de consequenties van dat handelen, dan kunnen we ons niet schuldig voelen. Bepalend is dat het antwoord dat wij aan ons wezen geven een eerlijk antwoord is. Hoe anderen daarover oordelen is van ondergeschikt belang: het zegt alleen nog maar iets over die ander en niet over onszelf. 

We kunnen in dat geval onszelf vol goedheid en liefde tegemoet treden. Schuldgevoel leidt tot een behoefte aan straf. Straf ervaren we als pijnlijk en bij pijn hoort verdriet. Zo creëren we een cirkel van schuldgevoel, straf pijn en verdriet. Eigenlijk kiezen we voor een cultuur van de dood.

Het toppunt van pijn en verdriet, van straf, is immers doodgaan, sterven. Niet voor niets was jarenlang de zwaarste straf de doodstraf. Angst voor de dood is onze grootste angst; heel veel angst is daarvan een afgeleide. Bij het doorvragen naar waar iemand bang voor is, vormt de dood steeds het sluitstuk. 

Dit is zo, ook al zeggen mensen niet bang te zijn voor de dood en zelfs naar de dood verlangen. Ze kunnen er alleen maar naar verlangen omdat dat een einde kan maken aan hun pijn en verdriet, die juist een afgeleide zijn van diezelfde dood. Het is ook een vorm van het niet durven aangaan van de eigen verantwoordelijkheid, die buiten ons leggen, bij het sterven.

Schuldgevoel is een door de mens zelf gecreëerde energie die ontstaat door gevoelens van afwijzing. Die gevoelens van afwijzing heeft hij bij zijn ontstaan al kunnen ervaren. Zijn afhankelijkheid zorgde ervoor dat hij de macht buiten zich bleef leggen. Zijn eigen kracht, voor hem nog volledig onbekend, dient hij nog te ontwikkelen. Al degenen, van wie hij zich afhankelijk weet, zijn daardoor in staat macht over hem uit te oefenen.

Regeringen, constituties, religies hebben schuldgevoelens instant gehouden, omdat zij meenden de aangewezen instellingen te zijn om verantwoordelijkheden over te nemen. Alleen zij waren in hun eigen ogen in staat waarden en normen te bepalen en wel zo dat zij konden oordelen en veroordelen. Hiermee konden zij macht creëren over al degenen die zich afhankelijk maakten van de gestelde normen en waarden.. Door het niet nemen van eigen verantwoordelijkheid, vooral voor eigen normen, waarden en ideeën, maakt de mens zich afhankelijk van een machthebber. Zolang de mens zijn eigen kracht ontkent, zijn eigen verantwoordelijkheid moet durft of kan nemen, zal hij de macht buiten zich leggen. 

Het houdt de mens af van de liefde, van zijn ingeborenen goedheid en zijn eigen weten. De macht die de mens als het ware wordt afgenomen, geeft de ander de kans zich op materieel gebied te verrijken. Het houdt de mens af van eenwording met zijn eigen wezen. Dat afnemen van verantwoordelijkheid gaat natuurlijk gepaard met het overdragen van de eigen verantwoordelijkheid, zich bewust of onbewust onderdanig willen maken, zich niet durven ontwikkelen tot een geheel eigen persoonlijkheid. Wij realiseren ons te weinig dat verdriet is gebaseerd op ervaringen en belevenissen uit het verleden en dat wij NU leven. Soms lijkt verdriet inde toekomst te liggen, bv als iemand ons gaat verlaten. In werkelijkheid ligt dat verdriet niet in de toekomst. We bedenken en situatie die in de toekomst ligt en we reageren met onze emoties alsof de situatie in het Nu bestaat. Onze angst laat ons die toekomstige situatie in het NU beleven. 

iemand die bang is zijn partner te verliezen en zich indenkt dat ze alleen komen te staan, kan daardoor heel erg verdrietig worden. Dat verdriet lijkt in de toekomst te liggen. In werkelijkheid leeft men niet in het heden. Door een waarschijnlijke toekomst in het nu te plaatsen ervaart men al een intens verdriet. De angst is zo sterk dat het heden wordt verdrongen. Het is goed ons te realiseren dat e op die momenten niet in het heden staan. 

We hebben alleen maar verdriet om iets wat geweest is, wat voorbij is. Als ik dat tegen iemand zeg hoor ik vaak “dat kan wel zijn maar ik heb NU verdriet”Het blijkt dat we het verleden niet hebben verwerkt, dat wil zeggen dat nog een deel van onze energie in het verleden vastzit. Vaak blijven wij in oud verdriet hangen, omdat we niet hebben begrepen wat er voor ons aan positiefs in verborgen ligt. Alles in ons leven heeft een positieve intensie, helaas zijn we lang niet altijd in staat die positieve intensie te ontdekken. 

Angst daarentegen is een energie die we vanuit de toekomst naar ons toehalen. Angst ligt altijd in de toekomst en kan in het NU niet bestaan. iemand die bang is om dood te gaan, is bang voor wat er op hem afkomt, voor wat nog komen moet. Iemand met hoogtevrees is angstig op een ladder omdat hij niet weet of hij zal vallen of niet: ook dat ligt in de toekomst. De oorzaak van de angst ligt nooit in het NU. 

Sterven is een vorm van transformatie, een omzetting van energie, het tijdelijke verwisselen met het eeuwige, om op die manier te ontkomen aan de eigen verantwoordelijkheid. Het is de keuze uit handen geven. Het is een oud patroon, een overtuiging die de mensheid, zolang zij bestaat, heeft overgedragen. We zien het immers elke dag om ons heen: het is ons lot. 

De mens, zo hebben we gezien, is niet onderhevig aan het lot. De mens heeft een keuze. Hij mag er voor kiezen de transformatie niet uit te stellen tot zijn dood en tot inzicht te komen dat hij alles zelf bepaalt, dat hij ook tijdens zijn leven kan kiezen voor een proces van transformatie. Hij kiest dan voord e cultuur van het leven. Sterven is dan overbodig: Hij kan leven. Hij kan tijdens zijn aardse leven volledig in contact komen met de volheid van zijn drie-eenheid, de eenheid binnenin zichzelf en daardoor de eenheid met het AL.