Voorwoord Seth

Het Seth Materiaal is een filosofisch stelsel, dat door Jane Roberts en haar echtgenoot Robert Butts gepresenteerd werd als een uitvloeisel van de trancecommunicaties met een entiteit die de naam Seth gebruikt. De oorsprong van het materiaal is echter veel minder van betekenis dan zijn strekking. Het heeft een logische consistentie en de waardering die het ontvangt van de miljoenen mensen die het lezen en in hun leven toepassen, groeit dagelijks. Tijdens onze huidige periode van wereldwijde druk en conflicterende ideologieën, geeft het zin aan en hoop voor onze situaties. Tussen 1963 en 1984 communiceerde Seth door middel van Jane verhandelingen, die verschenen zijn in de twintig delen van het Seth Materiaal.

Seth: “Ik ben gezonden en anderen zijn door de eeuwen heen uitgezonden om jullie te helpen, want wanneer jullie je ontwikkelen formeren jullie ook nieuwe dimensies en zullen jullie anderen helpen. Ik ben in dit vertrek (spreek tot Robert), hoewel daar geen object is waarin jullie mij kunnen plaatsen. Jullie hebben een voertuig om te gebruiken, een lichaam dat bij jou hoort en dat is alles. Jullie zijn even onlichamelijk als ik. Ik kom hier, terwijl het lijkt alsof ik door een gat in ruimte en tijd verschijn. Wat jullie emotie of gevoel noemen is het verbindende element tussen ons.”

“Welnu, er zijn geen beperkingen of scheidingen met het zelf. Je kunt inderdaad afhankelijk zijn van ogenschijnlijk onbewuste delen van jezelf. De schijnbaar onbewuste delen van je lichaam halen energie uit het voedsel en de moleculen, uit de lucht om je lichaam te vormen. Dit alles gebeurt omdat de innerlijke delen van je wezen spontaan, blij en vrij werkt; en dit alles gebeurt omdat je innerlijk zelf in jou gelooft, ondanks het feit dat je er vaak zelf niet in gelooft. De jij die je als jezelf beschouwt is nooit vernietigd. Je bewustzijn is niet te vernietigen, noch wordt het, in gelukzalige onwetendheid van zichzelf, verzwolgen in het een of andere nirwana. Je bent nu een even groot deel van het nirwana als je ooit zult zijn. Je zit in een proces van uitbreiding van je psychische structuur, van het worden van een bewuste deelnemer met de ziel. Je wordt wat je ziel is.”

“Er is niets in je uiterlijke ervaring dat zijn oorsprong niet vindt in je innerlijk. Er vinden interacties met anderen plaats, toch gebeurt er niets wat niet wordt aangetrokken door je gedachten, gevoelens, houding of emoties. In jullie termen geldt dit zowel vóór, tijdens en na je stoffelijk leven. Op een zeer wonderbaarlijke manier is jullie de gave van het scheppen van je eigen ervaringen gegeven.”

“In dit stoffelijke bestaan leer je om te gaan met de onuitputtelijke energie die voor je beschikbaar is. Sommige van je gevoelens en gedachten worden naar objecten vertaald. Deze bestaan in een medium die jullie ruimte noemen. Andere worden vertaald naar gebeurtenissen die bestaan in een medium die jullie tijd noemen. De beide concepten van ruimte en tijd zijn illusies. Zij bestaan alleen maar in een fysische omgeving. Sinds je een deel bent van ‘zijn’, geef je jezelf in feite het leven dat door jou geleefd wordt. Hoewel stoffelijk - wanneer je een fysieke vorm hebt - ben je een deel van de natuur en daarom niet hiervan gescheiden. Je kunt er niet naar streven boven de natuur te staan en toch jezelf te zijn.”

“Buiten mezelf is er nog een ander zelf en nog een ander, van wie ik me bewust ben. En dat zelf zegt je dat er een werkelijkheid is buiten de menselijke werkelijkheid en ervaring die niet verbaal gemaakt of vertaald kan worden in menselijke termen.”

“Welnu, werkelijkheid heeft geen begin en geen eind. Hopelijk – hopelijk – hopelijk krijgen jullie, in jullie termen van tijd, een glimp van datgene wat ik bedoel. Er bestaat inderdaad een zich uitbreidend universum en het wordt in het eeuwige nu gevormd. In mijn boek zal ik hierin zover mogelijk gaan, en toch zullen sommigen (van jullie) mij niet kunnen volgen. Je creëert je eigen werkelijkheid. Dat werkt, en het is waar, of je het nu wel of niet volgt, of wilt volgen, tot in deze andere gebieden.”

“Voor degenen onder jullie die mij willen vergezellen, ik beloof jullie een avontuur, een creatieve verandering van bewustzijn en ervaringen die uitstijgen boven alles wat je weet in jullie termen. Je kijkt naar de wereld om je heen en je verbaast je over zijn rijkdom en gevarieerdheid. Denk je dat de innerlijke wereld niet even rijk, zelfs rijker, en even geldig is? Denk je dat er maar een soort bewustzijn is?”

“Jullie wereld is gevormd uit een enorme onvoorspelbaarheid aan bewustzijn. Hieruit vormen jullie je eigen ideeën van betekenis en van jezelf … Je moet stoppen met het denken in termen van gewone progressie. Het is al erg genoeg dat jullie je zorgen maken over wat de buren van je denken. Het is echter iets anders, wanneer je je druk maakt welk soort zelf (of bewustzijn) superieur is boven een ander.”  

Wat zegt een naam?

Uit de cessie van de ESP-klas op 17 april 1973

“Dus vraag ik je: “Wat is je naam, ieder van jullie?” Mijn naam is naamloos. Ik heb geen naam. Ik geef jullie de naam Seth omdat het een naam is en jullie willen namen horen. Jullie geven jezelf namen …, omdat jullie geloven dat dit belangrijk is.”

“Jullie bestaan is naamloos. Het is niet zonder geluid, maar het heeft geen naam. De namen die jullie aannemen zijn structuren waaraan jullie je beeldplaatjes ophangen … Wat jullie zijn kan niet worden uitgedrukt en geen letter of alfabet kan het bevatten. Toch hebben jullie nu woorden en letters en namen en voorwerpen nodig. Jullie willen magie om je te vertellen wat je bent.”

“Jullie geloven dat je niet mij kunt spreken tenzij ik een naam heb, dus ben ik Seth … Ik heb Ruburt vanaf de allereerste cessie verteld dat hij me Seth kon noemen. Ik heb nooit gezegd: “Mijn naam is Seth”, (maar ‘ik noem mezelf Seth’ – mijn meest opvallende kenmerk), want ik ben naamloos. Ik heb te veel identiteiten gehad om me aan één naam vast te klampen!”

                                                 back