|
|
Het innerlijke Zelf
Seth: “Het ego is op elk
moment in dit leven een deel van het innerlijk zelf dat aan het oppervlak
van de stoffelijke werkelijkheid leeft; een groep eigenschappen die het
innerlijk zelf gebruikt om verschillende problemen op te lossen.”
“Ieder van jullie
bestaat in andere werkelijkheden en in andere dimensies en het zelf dat je
jezelf noemt is maar een klein onderdeel van je gehele entiteit.”
“Binnen het zelf dat je
kent bestaat de hoofdidentiteit, het gehele zelf. Dit volledige zelf heeft
vele levens geleefd en heeft vele persoonlijkheden aangenomen. De
persoonlijkheid mag dan misschien enigszins gevormd worden door de
omstandigheden die door het volledig zelf worden gecreëerd, maar de
hoofdidentiteit gebruikt de daaruitvoortvloeiende ervaring.”
“Je hoofdidentiteit is
een energetische persoonlijkheidsessentie die uit energie-gestalts is
samengesteld. Wanneer elk individueel bewustzijn groeit, vormt het uit
zijn ervaring andere ‘persoonlijkheden’ of fragmenten van zichzelf. Deze
delen zijn volkomen onafhankelijk om te handelen of om te beslissen,
terwijl ze toch voortdurend en verbinding staan met het volledige zelf
waarvan zij een onderdeel zijn. Deze ‘fragmenten’ groeien zelf,
ontwikkelen zich en kunnen hun eigen entiteiten of
persoonlijkheids-gestalts vormen.”
“Je staat onophoudelijk
in verbinding met de andere delen van je gehele zelf, maar je ego is zo
geconcentreerd op de stoffelijke werkelijkheid en het overleven dat het
niet de innerlijke stemmen hoort. Geen enkele individualiteit verdwijnt
ooit. Het bestaat voor altijd.”
“Er is een innerlijk
ego, een innerlijk zelf die het ‘onbewuste’ materiaal organiseert. Wanneer
het uiterlijk ego in de stoffelijke omgeving manipuleert, organiseert en
manipuleert het innerlijk ego of zelf op dezelfde wijze binnen de
innerlijke werkelijkheid.”
“Het innerlijk zelf
vormt uit de enorme kennis en de onbeperkte omvang van zijn bewustzijn de
stoffelijke wereld en verstrekt de prikkels om het uiterlijke ego bewust
aan het werk te houden. Het innerlijk zelf organiseert en initieert de
projecten en controleert de psychische energie in de materie en de
objecten.”
“Het individuele
innerlijk zelf werkt, door een voortdurende inspanning, samen met andere
entiteiten zoals zichzelf om de stoffelijke werkelijkheid die je kent te
vormen en in stand te houden.”
“Het innerlijk zelf
heeft een virtueel oneindig reservoir, van waaruit het kennis en ervaring
kan ophalen. Alle soorten keuzen zijn beschikbaar en de diversiteit van de
fysische materie is een reflectie van zijn diepe bron en gevarieerdheid.”
Nadat het vastgesteld
heeft dat de stoffelijke werkelijkheid een dimensie is waarin het zichzelf
kan uitdrukken, neemt het innerlijk zelf allereerst een vorm aan en
handhaaft de stoffelijke basis waarvan alles afhankelijk moet zijn: de
natuurlijke eigenschappen van de aarde.”
“De dagelijkse
onwetendheid van het ego en het beperkte zicht zorgen ervoor dat de
zogenaamde onbewuste activiteit als chaotisch wordt gezien. Het wakend ego
(die met de fysische werkelijkheid werkt) kan het onbewuste materiaal niet
rechtstreeks kennen. Het dagelijkse ego is eenvoudig niet bewust genoeg om
de uitgebreide kennis vast te houden dat behoort bij het innerlijk bewuste
zelf waaraan het ontspringt. Het uiterlijk ego wordt als een kind met een
lepel gevoed, het ontvangt alleen die gevoelens en emoties, slechts die
gegevens die het aan kan. Deze gegevens worden op een zeer speciale manier
aangeboden, gewoonlijk in termen van informatie die door de fysieke
zintuigen worden opgepikt.”
“Het innerlijk zelf is
niet alleen bewust, maar het is bewust van zichzelf, enerzijds als een
individualiteit en anderzijds als een individualiteit dat een deel is van
al het andere bewustzijn. Het is zich voortdurend bewust van zijn
apartheid en zijn eenheid met anderen. Het uiterlijk ego is zich niet
voortdurend bewust van dit feit. Het vergeet vaak zijn ‘volledige’ aard.”
“Wanneer het (het
uiterlijke ego) in een sterke emotie belandt, lijkt het zichzelf te
verliezen. Wanneer het krachtig zijn gevoel van individualiteit handhaaft,
is het zich niet langer bewust van zijn verbinding met de eenheid. Wanneer
het ego zich bewust zou zijn van het voortdurende spervuur van de
telepathische communicatie waaraan het blootgesteld is, zou het voor hem
zeer moeilijk zijn een gevoel van identiteit te handhaven.”
“Je moet leren luisteren
naar de stem van het innerlijk zelf en hiermee werken. Je kunt ook gewoon
het innerlijk zelf vragen om de antwoorden op problemen op een bewuste
manier beschikbaar te stellen.”
“Welnu, wanneer je
beseft dat je de stoffelijke werkelijkheid creëert door je eigen gedachten
en wensen, dan heb je de belangrijkste aspecten van de werkelijkheid
geleerd. Dit heb je uitgestippeld om in je andere levens te doen, in je
vorige levens. Het besef van deze waarheden neutraliseert alle zogenaamde
‘schulden’ uit andere levens. Wanneer je dit beseft en ernaar handelt, is
er geen reden meer om hier opnieuw terug te komen, tenzij je dit wenst.
Elke moeilijkheid in vorige levens werden veroorzaakt omdat je deze
basiswaarheden niet besefte. Je vroegere incarnaties kunnen je alleen maar
als hulp dienen - indien je ze kent - wanneer ze deze waarheden voor je
zichtbaar maken, als je van ze leert. Anders blijven ze in je onbewuste
bestaan, in ieder geval blijven ze dan onbewust.”
‘Welnu, ieder van jullie is een deel van Al Dat Is, zeer individueel en
uniek zoals geen ander, en dat kan door niemand van je worden afgenomen.
Je zult niet in de een of andere gouden gelukzaligheid versmelten, waarin
je unieke eigenschappen zullen verdwijnen. Je zult niet opgeslokt worden
door een super-God. Aan de andere kant zul je verdergaan met je bestaan,
je zult verantwoordelijk blijven voor de wijze waarop je energie gebruikt,
je zult je uitbreiden op manieren die je nu onmogelijk kunt begrijpen. Je
zult leren de energie opdrachten te kunnen geven waarvan je nu geen weet
hebt. Je zult beseffen dat je meer bent dan je nu beseft, maar je zult de
staat waarin je nu bewust bent niet verliezen.”
“En los van het feit van
je reïncarnaties en los van het feit van je mogelijke zelven, het unieke
zelf dat je nu ‘jezelf’ noemt, heeft een eeuwig bestaansrecht, zelfs
ondanks het feit dat je nu niet de herinneringen bewust kunt oproepen, zul
je in je geheel blijven bestaan. En een stoffelijk leven in een
gereïncarneerd zelf is niet de een of andere chaos waarin je geworpen
bent, niet het een of andere kwaad waaraan je binnenkort hoopt te
ontsnappen. Het is een speciale werkelijkheid waarin je ervoor hebt
gekozen je bestaan te leren kennen, waarin je jezelf wilt ontwikkelen en
opnieuw, het is inderdaad een systeem zoals er geen andere systemen
bestaan: een unieke en een geliefd deel van de werkelijkheid waarin je een
poosje wilt rondzwerven. En nog eens, wanneer je het ontkent, ontken je de
werkelijkheid van ervaring.”
“Met andere woorden, je
zult dit systeem verlaten om andere te verkennen, maar er zal een deel van
jou zijn dat, los van eonen aan tijd die voorbij zullen gaan, zich een
voorjaarsavond en de geur van een herfstlucht zal herinneren. En die
dingen zullen altijd bij je zijn wanneer je deze wenst te herinneren. Je
maakt je eigen vlees en je eigen wereld, zoals jullie collectief de
avonden vormen. Dit zijn creaties van jullie en van jullie soort. Het zijn
geen gevangenissen waaraan je moet ontsnappen.”
“Het volledige zelf is
niet alleen betrokken bij deze werkelijkheid, maar ook bij andere
werkelijkheden. Het gehele zelf zendt een deel van zichzelf uit naar
verschillende werkelijkheden. Deze delen van het volledige zelf leren zo
goed mogelijk de sterkte en de energie te materialiseren zoals zij dit
kennen, in welke camouflage zij zichzelf ook mogen terugvinden. Het
volledige zelf geeft je daarom een verantwoordelijkheid en laat het verder
aan jou over.”
“Het gehele zelf geeft
je op bepaalde tijden hulp, want binnenin jou is de kennis van je
verbinding met het volledige zelf. En je wordt nooit een opdracht gegeven
die je vermogens teboven gaat, die je niet aan kunt.”
‘Wanneer een kunstenaar
een schilderij schildert, kun je ernaar kijken en zeggen: “Ah, de
kunstenaar zat in een bepaalde stemming”, of “Zie die sombere kleuren en
het doodse landschap”, of “Zie die wilde kleuren en die fantastische
vormen”, of “Zie, er is geen vorm en toch is er een schitterende
levendigheid.” En op die manier zijn jullie allen kunstenaars en jullie
creëren de wereld die jullie kennen. En wanneer je naar die wereld kijkt,
weet je dat je kunt zeggen: “Zie, dit is wat ik gecreëerd heb! En wanneer
je het niet leuk vindt wat je ziet, dan is het geen enkel probleem om het
schilderij aan stukken te scheuren, of de structuur van je leven volledig
op zijn kop te zetten. Je verandert gewoon de kleurstof. En in dit geval
is je kleurstof je gedachten en je verbeelding. En daarna verander je jouw
schilderij.”
“Je moet je voorstellen
dat in jezelf – want dit is de waarheid – een sterker en een krachtiger
zelf bestaat, een groter zelf. En wanneer het ‘kleinere’ zelf zegt: “Ik
ben bang en ik wil me verontschuldigen”, dan moet je je verbeelden dat het
grotere zelf zegt: “Ik ben sterk. Ik sta niet toe dat het kleinere zelf
zijn excuses moet maken. Dat is niet nodig”. Je moet je daarom
identificeren met dit groter deel van jezelf.”
“Het zelf is niet
onderverdeeld. Als je dat wel op die manier beleeft, dan is dit louter
illusie. Toch zijn die illusies heerlijk. Ze zijn creatief. Het zijn
geldige ervaringen van een werkelijkheid.”
“Je bent echter
overbezorgd over de aard van je eigen individualiteit en je bent bang je
te openen voor de grotere gebieden van je eigen wezen. Je bent alles
gelijktijdig. De piloot is niet verzwolgen of verloren of vernietigd of
verraden of vergeten.”
‘Want het innerlijk zelf
weet wie het is. Het innerlijk zelf kent de persoonlijkheden die
voortdurend uit zijn wezen ontstaan. En opnieuw, je bent gewoon degene die
op een begrijpelijke wijze probeert de aard van creativiteit te definiëren
en zich zorgen maakt dat zijn eigen individualiteit in hetzelf verloren
raakt. En dat is zeker niet het geval.”
“Wij zullen je
voorzichtig leiden naar de grotere gebieden van je eigen wezen, waarbinnen
je ogenschijnlijke tegenstellingen verdwijnen in het licht van je eigen
kennis.”
“Je luistert naar deze
woorden die in het Engels worden uitgesproken, en toch onder deze woorden
stijgt een kennis op die uit je eigen wezen voortkomt. Laat die kennis dan
in vreugde oprijzen en wanneer de woorden die ik spreek jou bereiken, dan
zullen inderdaad de werk- en de naamwoorden, de klinkers en de
medeklinkers veranderen in vogels van kennis, die uit je eigen schedel en
door je nachtelijke dromen vliegen en je dagen zullen transformeren.”
“Wanneer ik niet meer
doe dan dit, laat mij dan een echo zijn voor de energie van je eigen
wezen, om je de oude en altijd nieuwe kennis te laten herinneren. Laat de
kennis uit jezelf verschijnen en vertaal wat je weet in de wereld van
vlees.”
|
||